Repliek van de Liga

Antwoord aan de bondsdirecteur
Antwoord van de Liga aan bondsdirecteur De Dobbeleer In een artikel gepubliceerd door het Laatste Nieuws beschuldigt Geert de Dobbeleer, algemeen directeur van de bond, de Mannenliga dat ze niet doet datgene wat ze moet doen: te weinig volleybal op TV en te weinig publiek in de zalen. Deze uitspraak doet de wenkbrauwen fronsen omdat nog geen twee jaar geleden de Liga door de vorige bondsvoorzitter om zijn goed beleid werd geprezen en als voorbeeld diende voor de damesliga waarvoor de bondsdirecteur geen interesse heeft met als gevolg geen enkele competitiematch van de vrouwen op TV. Ter vergelijking: in de EuroMillions Competitie Mannen (18-19) werden er 35 matchen rechtstreeks uitgezonden door Telenet, waaronder alle matchen van de Champions League en daarnaast door VOO TV alle uitwedstrijden en finales van diezelfde Champions League. Vergeten we ook niet dat de volledige mannencompetitie al twee jaar gestreamd wordt via een eigen liga-platform. Het aantal toeschouwers in de clubcompetitie neemt inderdaad af maar dat is een vaststelling die telt voor elke zaalsport en dus ook voor de wedstrijden van de nationale ploegen. De Liga is dus niet alleen in haar zoektocht naar oplossingen maar wordt daarin al jaren gehinderd door de stuntelige bonds-organisatie van de clubcompetitie. Zo moeten belangrijke competitiedata wijken voor een provinciaal jeugdkampioenschap of worden matchen verplaatst omdat de clubscouter opgeroepen werd voor één of andere jeugdstage. Dat in de grote volleyballanden zoals Italië, Frankrijk, Duitsland de Liga verantwoordelijk is voor de organisatie van de competitie wordt daar beschouwd als voorbeeld van ‘good governance’ en niet als een gevaar voor het machtsbehoud van de bondsleiders. De Dobbeleer beweert dat de Liga het ontslag van zijn voorzitter niet kan eisen en waarschijnlijk heeft hij juridisch nog gelijk ook. Maar dat onkundigen zich opwerken via de cenakles van de sportbesturen tot ze op een zetel terechtkomen van waaruit ze denken god te spelen, blijkt een vast gegeven in de nationale sportfederaties. (citaat colum in de Morgen 6/05/19). Daarnaast zorgen ze er ook voor dat hun wanbeleid niet door belangrijke stakeholders kan aangevochten worden. De Liga heeft geen andere keuze dan een externe audit aan te vragen om op een objectieve manier het bondsbeleid door te lichten. Dat Geert De Dobbeleer zich verzet tegen zo’n doorlichting is begrijpelijk en heeft te maken met zijn diverse functies en belangen die hij combineert: bondsdirecteur (gesubsidieerd door de Vlaamse overheid), bestuurslid Brussels Volley, beheerder van eventbureau as@p Management, voorzitter van een brusselse club. Erger is wat bondsvoorzitter Juwet beslist om kleine clubs aan te sporen de cao niet te respecteren: een instrument dat juist moet waken over de sociale solidariteit en de sportieve fairplay. Wat drijft iemand om een beslissing te nemen dat de deur wijd openzet voor illegale betalingspraktijken. Onkunde en machtswellust vormen blijkbaar geen hinderpaal om de toekomst van het hoogste clubvolleybal te willen hypothekeren. Dreigen met de sanctie dat de Europese bond, indien de Liga voet bij stuk houdt, onze topclubs zal uitsluiten van deelname aan de Europese competities, is ver weg van een zoektocht naar een oplossing van dit conflict. De Liga ziet uit naar externe volleybalwijzen die er geen persoonlijke belangen op nahouden.